Stad van toen en nu – van verkeersruimte naar verblijfsruimte

Verkeersruimte ~ een in de openbare ruimte ingericht gebied dat onderdeel is van de verkeersinfrastructuur en dient voor een zo efficient mogelijke verplaatsing. Inclusief ruimtes die ingericht zijn om motorvoertuigen (veilig) te kunnen parkeren.

Verblijfsruimte ~ een openbare ruimte met als doel om personen te laten verblijven en waar diverse voor de plek kenmerkende activiteiten kunnen plaatsvinden. 

Van auto naar mens

De auto bepaalt al vele decennia het stadsbeeld. Of toch niet? In deze fotoserie ga ik op zoek naar identieke perspectieven vanuit het verleden en het heden. Het uitganspunt is het vinden van contrasten tussen toen en nu, tussen verkeersruimte(n) en verblijfsruimte(n).

Wat al wél gesteld kan worden is dat de auto een bepalende rol in onze openbare ruimte heeft. Hoe die ogenschijnlijk normale dominantie is ontstaan staat goed beschreven in het boek Het recht van de snelste, waarover ik voor Platform GRAS een recensie schreef.

Tips voor een locatie?

Deze serie start met de binnenstad van Groningen. Indien mogelijk (en er beeldmateriaal beschikbaar is) volgen woonerven en woonstraten. Suggesties? Ook voor andere plekken in Noord-Nederland? Ik ontvang ze graag!

De Folkingestraat in 1968 (foto Fotobedrijf Piet Boonstra, beeldbank Groninger Archieven) en in 2020.

De Vismarkt in 1974 (foto: M.A. Douma, beeldbank Groninger Archieven) en in 2020.

De Herestraat in de periode 1939-1944 (foto: Jos Pé, beeldbank Groninger Archieven) en in 2020.

De hoek Vismarkt-Akerkhof in 1966 (foto: Gemeentepolitie, beeldbank Groninger Archieven) en in 2020.

Het Martinikerkhof in 1967 (foto: Rijksdienst voor de Monumentenzorg, beeldbank Groninger Archieven) en in 2020.

 Het Martinikerkhof wordt zonder twijfel bij veel Stadjers gewaardeerd als één van de fijnste plekjes van de Groninger binnenstad. De monumentale bomen, het grasveld en de kerkhofmuur nodigen uit om te ontsnappen aan de drukte een steenworp verderop. Op een warme feestdag is het dè plek waar studenten met elkaar chillen.

In de eerste helft van de twintigste eeuw was het Martinikerkhof een vergelijkbare groene enclave. Parallel aan de opkomst van de auto is het gebied enkele decennia lang in gebruik geweest als parkeerplaats, waarbij het zelfs uit den boze was om “rijwielen te plaatsen“. De auto stond centraal in het beleid over dit gebied. Het voormalige park werd onder meer veelvuldig als parkeerterrein gebruikt door de gemeentepolitie, die tot 1971 het hoofdbureau aan de oostzijde van het Martinikerkhof had zitten.

In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw werd het kerkhof opnieuw heringericht tot een parkje waarbij de bomen veel meer tot hun recht komen. Daarmee is het een prettige verblijfsplek geworden dat daarnaast ook nog eens op hete dagen de nodige verkoeling geeft ten opzichte van de nabij gelegen (stenige) Grote Markt.  

Het Stationsplein in 1974 (foto: Groninger Archieven) en in 2020.

In 1974 lag er direct voor de monumentale ingang van het Hoofdstation, zoals het station in de volksmond genoemd wordt, een flinke parkeerplaats voor meer dan honderd auto’s. Zo’n veertig jaar eerder werd het voorplein nog gesierd door de beginhaltes van een tweetal tramlijnen en iets later door geleide trollybussen. Nadat de bussen naar het oostelijke deel van het stationsgebied werden verplaatst, ontstond er alle ruimte voor autoparkeren. Dit was geheel in lijn met het snel toenoemende autogebruik en de aanpassing van de publieke ruimte daarop. In de jaren daarna transformeerde het gebied tot een chaotische opéénhoping van blik.

In de laatste twintig jaar van de twintigste eeuw is het gebied successievelijk getransformeerd, waarbij de auto een kleinere plek kreeg aan de westzijde en het snel opkomende fietsgebruik een stallingsplek kreeg op het Zwarte Plein, een zwart beklinkerd plein dat daarvoor nog een parkje en grasveld was waar de auto’s soms filerijdend omheen reden. Sinds 2007 is de publieke ruimte geheel opnieuw ingericht met als hedendaagse blikvanger een gigantische overdekte fietsenkelder, met daarin plaats voor ruimte 5.500 fietsen, waardoor er een nieuwe verblijfsruimte is ontstaan: het Stadsbalkon. Het autoparkeren is met circa 25 plekken voor kortparkeren en kiss&ride gesitueerd aan de westzijde.

De komende jaren wordt het staionsgebied verder getransformeerd, waarbij het busstation naar de achterzijde (zuidkant) van het station verplaatst wordt. Dit biedt kansen voor de herinrichting van de (deels) vierbaans Sationsweg, die al meer dan een halve eeuw een ronkende barriere vormt tussen het Stationsplein en het Verbindingskanaal. Flaneren we over een paar jaar weer langs de diepenring, net zoals honderd jaar geleden?

Het Harmonicomplex in 1973 (foto: M.A. Bouma, beeldbank Groninger Archieven) en in 2020.

De statige Harmonie is een onderdeel van het grotere Harmonicomplex van de Rijksuniversiteit Groningen. Na een brand in 1941, waarvan de sporen op de foto uit 1973 nog zichtbaar zijn, is het pand grotendeels vervangen voor nieuwbouw. Alleen de facade van dit voormalige culturele complex is behouden

Op een ansichtkaart van begin 1900  is te zien dat de aan de Oude Kijk in ‘t Jatstraat gelegen open ruimte als tuin is ingericht. Eind jaren zestig en begin jaren zeventig werd het gebruikt als parkeerterrein voor de Rijksuniversiteit, evenals het achter het gebouw gelegen gebied. Met een beetje passen en meten konden er circa 30 auto’s staan.
Na de renovatie van de voorgevel en de vervangende nieuwbouw van de achterliggende verbrande delen, is het voorterrein rond 1977 heringericht waarbij er geen plek meer was voor de auto. Dit sloot aan bij het gedachtengoed van het in 1977 ingevoerde Verkeerscirculatieplan, wat als doel had om de binnenstad autoluw te maken.